Aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt

Hoe komt het dat 30 procent van de technisch opgeleide jongeren, niet in een technische functie en/of bij een technisch bedrijf terecht komt? En wat kunnen scholen en bedrijven doen om de instroom in de techniek te bevorderen? In opdracht van TechniekTalent.nu zocht SEOR antwoorden op die vragen. Hieronder vindt u de belangrijkste bevindingen uit het rapport ‘Technisch opgeleid: wel of niet werken in de techniek?'

Verschillen tussen opleidingen

Mbo
Hoe hoger het onderwijsniveau (niveau 1, 2, of 3), hoe vaker leerlingen van technische opleidingen in technische beroepen terecht komen. Maar bij mbo-4 komen juist relatief veel personen niet in een technische functie terecht. Dit niveau heeft veel vrouwelijke studenten.
Bbl’ers combineren werken en leren en hebben daardoor al een sterke band met de praktijk van technisch werk en (vaak) de werkgever. Zij vinden makkelijker een baan in de techniek dan bol-afgestudeerden.
Mbo’ers in niet-technische beroepen werken vaak in lagere en elementaire beroepen, zoals:

  • winkelmedewerker

  • medewerker bediening

  • magazijnmedewerker

Hbo
Het is opvallend dat bij de technische hbo-duale en hbo-deeltijdopleidingen (gericht op werkenden) bijna een kwart niet in een technische functie werkt. Van de afgestudeerden aan een hbo-voltijdtechniekopleiding werkt 34% niet in een technische functie.

Vrouwen stromen vaker uit

Afgestudeerde vrouwelijke mbo-technici stromen vaker uit naar niet-technische functies.  Ze volgen minder vaak een bbl-opleiding – bij de bbl is de doorstroom naar technische functies en sectoren veel sterker dan bij de bol. Ook kiezen vrouwen vaker voor opleidingen waarvan de uitstroom naar niet-technische functies hoger is. Ze oriënteren zich breed en hebben daardoor een iets minder sterke voorkeur voor technische functies dan mannen.

Niet verloren voor de techniek

De meeste afgestudeerden die wel in technische functies werken, verwachten dat over 5 jaar ook nog te doen. Van degenen in niet-technische functies hoopt 40% een switch te maken naar een technische functie. Hier ligt een kans om alsnog een instroom in techniek te verwezenlijken.

Waarom werken afgestudeerden wel/niet in de techniek?

Afgestudeerden met een technische functie
Vaak kiezen afgestudeerden voor de techniek om een combinatie van diverse positieve motieven. Bijvoorbeeld:

  • inhoud van het werk

  • werksfeer

  • beloning

  • carrièremogelijkheden

  • een vast contract

Afgestudeerden met een niet-technische functie
Ruim 20% van deze groep had een baan nodig, kon geen technische baan vinden en was daarom minder kieskeurig. Degenen die in een niet-technische functie werken, geven aan dat zij minder hulp hebben gehad van school bij het zoeken naar (technisch) werk dan degenen die wel in technische functies werken.
Wie in een niet-technische functie werkt, doet dat meestal niet vanwege de gunstige perspectieven die deze functies bieden, maar om andere redenen:

  • Vooral vrouwen kiezen vaker een niet-technische functie in een niet-technische sector vanwege de mogelijkheden voor deeltijdwerk.

  • Er waren niet genoeg geschikte (technische) vacatures of de afgestudeerden konden ze niet vinden.

  • Afgestudeerden hadden minder affiniteit met techniek.

De voordelen van een baan in de techniek

Aanstelling
Technisch opgeleide schoolverlaters die binnen de technische sector werken, hebben vaker een vaste aanstelling dan degenen die buiten de techniek werkzaam zijn.

Beloning
Technisch opgeleide mbo-schoolverlaters verdienen in technische functies en in technische sectoren gemiddeld meer dan daarbuiten.
Voor het hbo valt op dat afgestudeerden in technische functies in niet-technische sectoren gemiddeld het meest verdienen, gevolgd door hbo’ers met een niet-technische functie in technische sectoren.

Tevredenheid
Afgestudeerden in technische functies zijn meer tevreden over hun baan en hebben meer carrièremogelijkheden dan afgestudeerden met niet-technische functies.

Hoe zoeken afgestudeerde technici naar een baan?

Afgestudeerde technici die een technische functie hebben, vonden die via uitzendbureaus, vacatures op websites van bedrijven, via open sollicitaties en stages. Degenen die geen technische functie hebben, gebruiken (m.u.v. de stage) grotendeels dezelfde kanalen, maar voor hen zijn informele contacten en kranten en vakbladen belangrijker geweest bij het vinden van een baan dan voor degenen met een technische functie.
Afgestudeerde technici die in niet-technische functies werken gebruikten meer zoekkanalen om die functie te vinden, ze solliciteerden vaker en werden minder vaak uitgenodigd voor een gesprek. Zij hebben meer inspanningen moeten verrichten voor hun baan, en dan ook nog zonder het gewenste resultaat, namelijk: een technische baan.

Wat kunnen scholen en bedrijven doen?

Het onderzoek laat zien dat afgestudeerde technici en technische bedrijven elkaar onvoldoende weten te vinden. Met name bij vrouwen en bol’ers is nog veel te winnen.

Scholen
Afgestudeerde technici die hulp van school hebben gehad in het zoekproces, vervullen vaker een technische functie. Slechts een kwart van de deelnemers aan het onderzoek geeft aan dergelijke hulp van school te hebben gehad. Scholen kunnen hier dus meer actief in zijn.

Bedrijven

Bedrijven kunnen hun eigen zichtbaarheid vergroten, minder hoge eisen stellen aan sollicitanten (en aanvullende scholing bieden), voldoende bbl-plekken aanbieden, en ook banen voor bol-afgestudeerden aanbieden.

Zie TIPS VOOR BEDRIJVEN

Mensen die dit artikel hebben bekeken waren ook geïnteresseerd in:

Meest bekeken instrumenten

Effectief communiceren met jongeren